|
Op 13 januari 2008 was het weer eens zo ver: een heus ASH-uitstapje, met sportactiviteit. Deze keer was Egmond de begin en eindbestemming. In deze Noordhollandse badplaats werd een halve marathon gelopen. De vereniging kon traditiegetrouw niet voltallig aantreden: knieën, kuiten, scheenbeenvliezen en kort gedingen eisten de aandacht van diverse leden op. Dus van de oliebollenloop was nog de helft overgebleven en werd het tijd om weer wat nieuw bloed te infuseren. Gelukkig bleek de matcom van de grote broer ASR op de avuncelvergadering de avond tevoren een man van woorden en daden en stond hij om 10 uur sharp op het clubhuis aan de Bloemstraat. Hier werd hij gelijk lid gemaakt van de ASH en tevens ontgroend. Met een zere hol kon hij vervolgens als Olympische medaillewinnaar van start gaan. Vol goede moed en goed gemutst vertok het gezelschap met de trein richting Heiloo, nadat op perron 7a alweer bleek dat bij de dames het hollen nog wel hoog in het vaandel staat. Bij hen was maar 1 knie(ge)val te betreuren. Het werd natuurlijk een gezellige treinreis waar maar weer bleek dat het ons-kent-onsgevoel al bij het passeren van de stadsgrens hoogtij vierde.
Als makke lammeren die naar de slacht gebracht werden stapten we achter de andere kuddedieren aan de bus in naar het overvolle Egmond, waar de APV-artikelen over wildplassen met voeten werden getreden. Het ASH-team had 2 tickets overgenomen van Frank en Truus uit Zwartsluis die zelf wegens blessureleed niet konden starten maar er toch een familieuitje van hadden gemaakt en al vanaf vrijdagavond met de Dethleffs Adventage op een parkeerplaats klaar stonden om zoon en dochter aan te moedigen. De camper werd natuurlijk voor de start nog even vakkundig volgescheten en kilo’s lichter en met nog meer goede zin hobbelden we naar de start. Daar waren wij niet in ons eentje! Toch wisten we ons een plekje op de poleposition van startvak 6 te verwerven. Met een verschil van enige minuten op blok 5 werd het toch nog een soort vliegende start. De mannen van de ASH lagen al bij de eerste bocht netjes op kop. Bij het verlaten van het dorp werden de laatste hollers van groep 5 al met gepaste overmoed gepasseerd. De geur van de zoute zeewind die met kracht 6 uit het zuiden ons tegemoet waaide deed de vaart er bepaald niet uitgaan. Dat het strand breder is dan het pad door de duinen werd snel duidelijk tot groot ongenoegen van de gepasseerden. Wat ruist er door het struikgewas was ook veelal van toepassing en Truus vroeg na de finish of we waren gevallen, want de struiken hadden de benen flink open gehaald. Wietse zijn oliebol had wonderen gedaan en als deze stijgende lijn wordt doorgezet zal er een Romeins wonder aan komen in maart. Hoen dook even 2 seconden over zijn pr heen en Eggenkamp (Truus en Frank hadden nog nooit van de boatrace gehoord) hoeft zich nergens voor te schamen.  . |